Duits · naamwoord

die Bahn

de trein (openbaar vervoer)

met lidwoordnaamwoorden · set 10

Voorbeeldzinnen

Ich fahre jeden Tag mit der Bahn.
Ik reis elke dag met de trein.
Die Bahn hatte gestern wieder Verspätung.
De trein had gisteren weer vertraging.
Wir nehmen morgen die Bahn.
We nemen morgen de trein.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Bahn. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Bahn voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Bahn in ripiti