Duits · naamwoord

die Banane

de banaan

met lidwoordnaamwoorden · set 98

Voorbeeldzinnen

Zum Frühstück esse ich meistens eine Banane.
Bij het ontbijt eet ik meestal een banaan.
Er hat die Banane noch nicht geschält.
Hij heeft de banaan nog niet geschild.
Die Banane ist noch zu grün, wir warten.
De banaan is nog te groen, we wachten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Banane. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Banane voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Banane in ripiti