Duits · naamwoord

die Flasche

de fles

met lidwoordnaamwoorden · set 44

Voorbeeldzinnen

Auf dem Tisch steht eine Flasche Wasser.
Op tafel staat een fles water.
Er hat die Flasche gestern leer getrunken.
Hij heeft de fles gisteren leeggedronken.
Kannst du bitte die Flasche öffnen?
Kun je alsjeblieft de fles openmaken?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Flasche. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Flasche voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Flasche in ripiti