Duits · naamwoord

die Frau

de vrouw

met lidwoordnaamwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Die Frau dort drüben ist meine Lehrerin.
De vrouw daarginds is mijn lerares.
Gestern habe ich eine nette Frau getroffen.
Gisteren heb ik een aardige vrouw ontmoet.
Die Frau wird morgen früh anrufen.
De vrouw zal morgenvroeg bellen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Frau. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Frau voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Frau in ripiti