Voorbeeldzinnen
Neben dem Teller liegt eine Gabel.
Naast het bord ligt een vork.
Das Kind hat die Gabel auf den Boden fallen lassen.
Het kind heeft de vork op de grond laten vallen.
Ich brauche noch eine saubere Gabel.
Ik heb nog een schone vork nodig.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: die Gabel. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud die Gabel voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen die Gabel in ripiti