Duits · naamwoord

die Gebühr

de heffing, het tarief (kosten)

met lidwoordnaamwoorden · set 93

Voorbeeldzinnen

Für den Ausweis muss man eine Gebühr bezahlen.
Voor de identiteitskaart moet men leges betalen.
Die Gebühr beträgt zehn Euro.
De kosten bedragen tien euro.
Die Bank hat die Gebühr erhöht.
De bank heeft de kosten verhoogd.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Gebühr. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Gebühr voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Gebühr in ripiti