Duits · naamwoord

die Gemeinschaft

de gemeenschap

met lidwoordnaamwoorden · set 55

Voorbeeldzinnen

Die Gemeinschaft im Dorf hilft sich gegenseitig.
De gemeenschap in het dorp helpt elkaar.
Er fühlte sich in der Gemeinschaft sofort wohl.
Hij voelde zich in de gemeenschap meteen thuis.
Sie wollen im Frühling eine Gemeinschaft gründen.
Ze willen in het voorjaar een gemeenschap oprichten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Gemeinschaft. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Gemeinschaft voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Gemeinschaft in ripiti