Duits · naamwoord

die Größe

de maat

met lidwoordnaamwoorden · set 52

Voorbeeldzinnen

Die Größe der Wohnung gefällt mir gut.
De maat van de woning bevalt me goed.
Welche Größe hast du bei Schuhen?
Welke maat heb je bij schoenen?
Ich brauche das Hemd in einer größeren Größe.
Ik heb het overhemd in een grotere maat nodig.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Größe. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Größe voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Größe in ripiti