Duits · naamwoord

die Jahreszeit

het seizoen, het jaargetijde

met lidwoordnaamwoorden · set 71

Voorbeeldzinnen

Der Herbst ist meine liebste Jahreszeit.
De herfst is mijn favoriete seizoen.
Welche Jahreszeit magst du am liebsten?
Welk seizoen vind je het leukst?
Die Jahreszeit wird bald wechseln.
Het seizoen zal binnenkort wisselen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Jahreszeit. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Jahreszeit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Jahreszeit in ripiti