Duits · naamwoord

die Kirche

de kerk

met lidwoordnaamwoorden · set 20

Voorbeeldzinnen

Die Kirche steht mitten im Dorf.
De kerk staat midden in het dorp.
Wir sind gestern in die Kirche gegangen.
We zijn gisteren naar de kerk gegaan.
Nächsten Sonntag werden sie in der Kirche heiraten.
Volgende zondag gaan ze in de kerk trouwen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Kirche. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Kirche voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Kirche in ripiti