Duits · naamwoord

die Lüge

de leugen

met lidwoordnaamwoorden · set 38

Voorbeeldzinnen

Das war eine Lüge, und ich wusste es.
Dat was een leugen, en ik wist het.
Seine Lüge ist schnell aufgefallen.
Zijn leugen viel snel op.
Eine Lüge hat kurze Beine, sagt man.
Een leugen heeft korte benen, zegt men.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Lüge. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Lüge voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Lüge in ripiti