Duits · naamwoord

die Mauer

de muur (buitenmuur/stadsmuur)

met lidwoordnaamwoorden · set 59

Voorbeeldzinnen

Die Mauer um den Garten ist alt.
De muur om de tuin is oud.
Wir haben die Mauer letzten Sommer gebaut.
We hebben de muur afgelopen zomer gebouwd.
Der Junge wird auf die Mauer klettern.
De jongen zal op de muur klimmen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Mauer. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Mauer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Mauer in ripiti