Duits · naamwoord

die Nacht

de nacht

met lidwoordnaamwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

Die Nacht war gestern sehr kalt.
De nacht was gisteren erg koud.
Ich habe letzte Nacht schlecht geschlafen.
Ik heb vannacht slecht geslapen.
In der Nacht wird es regnen.
's Nachts gaat het regenen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Nacht. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met die Nacht

Onthoud die Nacht voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Nacht in ripiti