Duits · naamwoord

die Sprache

de taal

met lidwoordnaamwoorden · set 9

Voorbeeldzinnen

Welche Sprache sprichst du zu Hause?
Welke taal spreek je thuis?
Sie hat eine neue Sprache gelernt.
Ze heeft een nieuwe taal geleerd.
Die Sprache ist am Anfang nicht leicht.
De taal is in het begin niet makkelijk.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Sprache. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Sprache voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Sprache in ripiti