Duits · naamwoord

die Stadt

de stad

met lidwoordnaamwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Die Stadt ist am Wochenende sehr voll.
De stad is in het weekend erg vol.
Wir haben die Stadt gestern zu Fuß erkundet.
We hebben de stad gisteren te voet verkend.
Ich möchte später in einer großen Stadt wohnen.
Ik wil later in een grote stad wonen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Stadt. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Stadt voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Stadt in ripiti