Duits · naamwoord

die Toilette

het toilet

met lidwoordnaamwoorden · set 76

Voorbeeldzinnen

Die Toilette ist am Ende des Flurs.
Het toilet is aan het einde van de gang.
Entschuldigung, wo ist die Toilette?
Pardon, waar is het toilet?
Das Kind musste dringend auf die Toilette.
Het kind moest dringend naar het toilet.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Toilette. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Toilette voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Toilette in ripiti