Duits · naamwoord

die Zahl

het getal (aantal)

met lidwoordnaamwoorden · set 7

Voorbeeldzinnen

Die Zahl der Gäste ist gestiegen.
Het aantal gasten is gestegen.
Er hat eine große Zahl an Büchern gekauft.
Hij heeft een groot aantal boeken gekocht.
Welche Zahl hast du gestern gewählt?
Welk getal heb je gisteren gekozen?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Zahl. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Zahl voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Zahl in ripiti