Er fragte mich gestern auf der Straße: Wie geht's?
Hij vroeg me gisteren op straat: hoe gaat het?
Morgen rufe ich Oma an und frage: Wie geht's?
Morgen bel ik oma op en vraag: hoe gaat het?
Onthoud Wie geht's? voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.