Duits · verbindingswoord

aber

maar

verbindingswoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Ich möchte kommen, aber ich habe keine Zeit.
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
Es war kalt, aber wir sind trotzdem spazieren gegangen.
Het was koud, maar we zijn toch gaan wandelen.
Sie wollte helfen, aber sie konnte nicht.
Ze wilde helpen, maar ze kon niet.

Onthoud aber voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen aber in ripiti