Voorbeeldzinnen
Ich habe nur zehn Euro dabei.
Ik heb alleen tien euro bij me.
Sie hat nur einen Apfel gegessen.
Ze heeft alleen een appel gegeten.
Wir können nur bis fünf Uhr bleiben.
We kunnen alleen tot vijf uur blijven.
Onthoud nur voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen nur in ripiti