Duits · werkwoord

abbrechen

afbreken, stopzetten

werkwoorden · set 33

Voorbeeldzinnen

Er hat das Studium nach einem Jahr abgebrochen.
Hij heeft zijn studie na een jaar afgebroken.
Wir müssen das Spiel wegen Regens abbrechen.
We moeten het spel wegens regen afbreken.
Wir gehen heim, weil der Lehrer die Stunde abbricht.
We gaan naar huis, omdat de leraar de les afbreekt.

Onthoud abbrechen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen abbrechen in ripiti