Duits · werkwoord

abgeben

inleveren, afgeven

werkwoorden · set 23

Voorbeeldzinnen

Du musst die Hausaufgaben morgen abgeben.
Je moet je huiswerk morgen inleveren.
Ich habe den Schlüssel an der Rezeption abgegeben.
Ik heb de sleutel bij de receptie afgegeven.
Wenn du fertig bist, kannst du den Test abgeben.
Als je klaar bent, kun je de toets inleveren.

Onthoud abgeben voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen abgeben in ripiti