Duits · werkwoord

abschicken

versturen, afsturen

werkwoorden · set 41

Voorbeeldzinnen

Ich möchte den Brief heute abschicken.
Ik wil de brief vandaag versturen.
Sie hat das Paket gestern abgeschickt.
Ze heeft het pakket gisteren verstuurd.
Er sagt, dass er die Mail gleich abschickt.
Hij zegt dat hij de mail zo meteen verstuurt.

Onthoud abschicken voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen abschicken in ripiti