Duits · werkwoord
anfangen
beginnen, aanvangen
werkwoorden · set 8
Voorbeeldzinnen
Ich muss morgen früh mit der Arbeit anfangen.
Ik moet morgenochtend vroeg met het werk beginnen.
Der Unterricht hat schon vor zehn Minuten angefangen.
De les is al tien minuten geleden begonnen.
Sag mir Bescheid, wenn das Konzert anfängt.
Laat het me weten als het concert begint.
Ook goed
Op de kaart “beginnen” keurt ripiti ook beginnen goed.
Onthoud anfangen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen anfangen in ripiti