Duits · werkwoord

ansprechen

aanspreken

werkwoorden · set 34

Voorbeeldzinnen

Ich traue mich nicht, sie anzusprechen.
Ik durf haar niet aan te spreken.
Ein Fremder hat mich auf der Straße angesprochen.
Een vreemde heeft me op straat aangesproken.
Du solltest das Problem beim Chef ansprechen.
Je zou het probleem bij de baas moeten aankaarten.

Onthoud ansprechen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen ansprechen in ripiti