Duits · werkwoord
aufpassen
opletten
werkwoorden · set 24
Voorbeeldzinnen
Du musst im Straßenverkehr gut aufpassen.
Je moet in het verkeer goed opletten.
Hast du auf die Kinder aufgepasst?
Heb je op de kinderen gelet?
Wenn du nicht aufpasst, fällst du hin.
Als je niet oplet, val je.
Onthoud aufpassen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen aufpassen in ripiti