Duits · werkwoord

aufstellen

opstellen, neerzetten

werkwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

Wir wollen morgen das Zelt aufstellen.
We willen morgen de tent opzetten.
Er hat gestern ein Regal aufgestellt.
Hij heeft gisteren een rek neergezet.
Ich glaube, dass sie hier ein Schild aufstellt.
Ik denk dat ze hier een bord neerzet.

Onthoud aufstellen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen aufstellen in ripiti