Duits · werkwoord

auslösen

teweegbrengen (activeren)

werkwoorden · set 35

Voorbeeldzinnen

Der Rauch hat den Alarm ausgelöst.
De rook heeft het alarm veroorzaakt.
Das kann eine Panik auslösen.
Dat kan paniek veroorzaken.
Ich hoffe, dass die Nachricht keinen Streit auslöst.
Ik hoop dat het bericht geen ruzie veroorzaakt.

Onthoud auslösen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen auslösen in ripiti