Duits · werkwoord

ausstellen

uitschrijven, opmaken

werkwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

Der Arzt kann Ihnen ein Rezept ausstellen.
De arts kan u een recept uitschrijven.
Das Amt hat mir einen neuen Ausweis ausgestellt.
Het kantoor heeft mij een nieuw identiteitsbewijs afgegeven.
Er sagt, dass er die Rechnung heute ausstellt.
Hij zegt dat hij de rekening vandaag opmaakt.

Onthoud ausstellen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen ausstellen in ripiti