Duits · werkwoord

ausziehen

uittrekken

werkwoorden · set 26

Voorbeeldzinnen

Du musst im Haus die Schuhe ausziehen.
In huis moet je de schoenen uittrekken.
Er hat seine nasse Jacke ausgezogen.
Hij heeft zijn natte jas uitgetrokken.
Sie sagt, dass sie den Mantel gleich auszieht.
Ze zegt dat ze zo de jas uittrekt.

Onthoud ausziehen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen ausziehen in ripiti