Duits · werkwoord

bügeln

strijken

werkwoorden · set 59

Voorbeeldzinnen

Ich muss noch das Hemd bügeln.
Ik moet nog het overhemd strijken.
Sie hat die Hose gestern gebügelt.
Ze heeft de broek gisteren gestreken.
Mein Vater bügelt jeden Sonntag seine Hemden.
Mijn vader strijkt elke zondag zijn overhemden.

Onthoud bügeln voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen bügeln in ripiti