Duits · werkwoord

befürchten

vrezen (verwachten)

werkwoorden · set 35

Voorbeeldzinnen

Ich befürchte, dass es morgen regnet.
Ik vrees dat het morgen regent.
Er hat das Schlimmste befürchtet.
Hij vreesde het ergste.
Wir müssen leider Verspätungen befürchten.
We moeten helaas vertragingen vrezen.

Onthoud befürchten voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen befürchten in ripiti