Duits · werkwoord

besitzen

bezitten

werkwoorden · set 37

Voorbeeldzinnen

Mein Onkel besitzt ein kleines Haus am See.
Mijn oom bezit een klein huis aan het meer.
Früher besaß unsere Familie einen alten Bauernhof.
Vroeger bezat onze familie een oude boerderij.
Er möchte später ein eigenes Auto besitzen.
Hij wil later een eigen auto bezitten.

Onthoud besitzen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen besitzen in ripiti