Duits · werkwoord
bewegen
bewegen
werkwoorden · set 14
Voorbeeldzinnen
Der Wind bewegt die Blätter.
De wind beweegt de bladeren.
Er hat den schweren Schrank kaum bewegt.
Hij heeft de zware kast nauwelijks bewogen.
Ich kann meinen Arm nicht bewegen.
Ik kan mijn arm niet bewegen.
Onthoud bewegen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen bewegen in ripiti