Duits · werkwoord

drehen

draaien

werkwoorden · set 38

Voorbeeldzinnen

Er dreht den Schlüssel langsam im Schloss.
Hij draait de sleutel langzaam in het slot.
Sie hat den Kopf langsam zur Seite gedreht.
Ze heeft haar hoofd langzaam opzij gedraaid.
Ich muss den Schalter nach rechts drehen.
Ik moet de schakelaar naar rechts draaien.

Onthoud drehen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen drehen in ripiti