Duits · werkwoord
fürchten
bang zijn voor
werkwoorden · set 51
Voorbeeldzinnen
Das Kind fürchtet die Dunkelheit.
Het kind vreest de duisternis.
Ich fürchtete damals den Zahnarzt.
Ik vreesde toen de tandarts.
Er hat den Winter immer gefürchtet.
Hij heeft de winter altijd gevreesd.
Onthoud fürchten voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen fürchten in ripiti