Duits · werkwoord

festlegen

vastleggen (bepalen)

werkwoorden · set 60

Voorbeeldzinnen

Wir müssen den Termin heute festlegen.
We moeten de afspraak vandaag vastleggen.
Der Chef hat die Regeln festgelegt.
De baas heeft de regels vastgesteld.
Wann legt ihr das Datum fest?
Wanneer leggen jullie de datum vast?

Onthoud festlegen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen festlegen in ripiti