Duits · werkwoord

finden

vinden (aantreffen)

● onregelmatigwerkwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Ich finde meinen Schlüssel nicht.
Ik vind mijn sleutel niet.
Sie hat gestern eine neue Wohnung gefunden.
Ze heeft gisteren een nieuwe woning gevonden.
Wir werden bestimmt einen Parkplatz finden.
Wij zullen vast een parkeerplaats vinden.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichfindehabe gefunden—fand
dufindesthast gefundenfindefandest
er / sie / esfindethat gefunden—fand
wirfindenhaben gefunden—fanden
ihrfindethabt gefundenfindetfandet
sie / Siefindenhaben gefundenfinden Siefanden
voltooid deelwoord (Partizip II) gefunden

Onthoud finden voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen finden in ripiti