Duits · werkwoord
fliehen
vluchten
werkwoorden · set 27
Voorbeeldzinnen
Der Dieb wollte schnell aus dem Haus fliehen.
De dief wilde snel uit het huis vluchten.
Viele Menschen sind vor dem Krieg geflohen.
Veel mensen zijn voor de oorlog gevlucht.
Die Katze floh vor dem Hund auf den Baum.
De kat vluchtte voor de hond de boom in.
Onthoud fliehen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen fliehen in ripiti