Duits · werkwoord

heißen

heten

● onregelmatigwerkwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Mein Hund heißt Max und ist drei.
Mijn hond heet Max en is drie.
Der Junge hieß früher ganz anders.
De jongen heette vroeger heel anders.
Wie wird das Kind heißen?
Hoe zal het kind heten?

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichheißehabe geheißen—hieß
duheißthast geheißenheißhießest
er / sie / esheißthat geheißen—hieß
wirheißenhaben geheißen—hießen
ihrheißthabt geheißenheißthießt
sie / Sieheißenhaben geheißenheißen Siehießen
voltooid deelwoord (Partizip II) geheißen

Onthoud heißen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen heißen in ripiti