Duits · werkwoord
jagen
jagen, achternazitten
werkwoorden · set 51
Voorbeeldzinnen
Die Katze jagt eine Maus durch den Garten.
De kat jaagt een muis door de tuin.
Früher haben die Männer im Wald gejagt.
Vroeger hebben de mannen in het bos gejaagd.
Der Fuchs wird nachts Hasen jagen.
De vos zal 's nachts hazen jagen.
Onthoud jagen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen jagen in ripiti