Duits · werkwoord
lösen
oplossen (probleem)
werkwoorden · set 19
Voorbeeldzinnen
Die Schüler lösen die Aufgabe an der Tafel.
De leerlingen lossen de opgave op aan het bord op.
Er hat das Rätsel in zehn Minuten gelöst.
Hij heeft de puzzel in tien minuten opgelost.
Wir müssen dieses Problem gemeinsam lösen.
Wij moeten dit probleem samen oplossen.
Onthoud lösen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen lösen in ripiti