Duits · werkwoord

lernen

leren

regelmatigwerkwoorden · set 5

Voorbeeldzinnen

Ich lerne jeden Tag neue Wörter.
Ik leer elke dag nieuwe woorden.
Sie hat in der Schule viel gelernt.
Ze heeft op school veel geleerd.
Wir wollen nächstes Jahr Spanisch lernen.
Wij willen volgend jaar Spaans leren.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichlernehabe gelernt—lernte
dulernsthast gelerntlernlerntest
er / sie / eslernthat gelernt—lernte
wirlernenhaben gelernt—lernten
ihrlernthabt gelerntlerntlerntet
sie / Sielernenhaben gelerntlernen Sielernten
voltooid deelwoord (Partizip II) gelernt

Onthoud lernen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen lernen in ripiti