Duits · werkwoord
liefern
leveren, bezorgen
werkwoorden · set 30
Voorbeeldzinnen
Der Laden liefert die Pizza nach Hause.
De winkel bezorgt de pizza thuis.
Sie haben die Möbel gestern schon geliefert.
Ze hebben de meubels gisteren al geleverd.
Können Sie das Paket bis Freitag liefern?
Kunt u het pakket voor vrijdag leveren?
Onthoud liefern voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen liefern in ripiti