Duits · werkwoord

nachweisen

aantonen (bewijzen)

werkwoorden · set 60

Voorbeeldzinnen

Der Arzt konnte die Krankheit sofort nachweisen.
De arts kon de ziekte meteen aantonen.
Die Polizei hat ihm den Diebstahl nachgewiesen.
De politie heeft hem de diefstal bewezen.
Du musst deine Identität mit dem Ausweis nachweisen.
Je moet je identiteit met de pas aantonen.

Onthoud nachweisen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen nachweisen in ripiti