Duits · werkwoord
ordnen
ordenen, sorteren
werkwoorden · set 19
Voorbeeldzinnen
Sie ordnet ihre Unterlagen nach Datum.
Zij ordent haar papieren op datum.
Er hat die Bücher im Regal geordnet.
Hij heeft de boeken in de kast geordend.
Ich muss meine Gedanken erst ordnen.
Ik moet eerst mijn gedachten ordenen.
Onthoud ordnen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen ordnen in ripiti