Duits · werkwoord
planen
plannen
werkwoorden · set 15
Voorbeeldzinnen
Wir planen eine Reise nach Italien.
We plannen een reis naar Italië.
Er hat die Party gut geplant.
Hij heeft het feest goed gepland.
Ich will den Urlaub früh planen.
Ik wil de vakantie vroeg plannen.
Onthoud planen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen planen in ripiti