Duits · werkwoord
schlagen
slaan
werkwoorden · set 47
Voorbeeldzinnen
Er schlägt den Ball mit dem Schläger weit weg.
Hij slaat de bal met de knuppel ver weg.
Der Hund wurde nie geschlagen.
De hond is nooit geslagen.
Du darfst deinen Bruder nicht schlagen.
Je mag je broer niet slaan.
Onthoud schlagen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen schlagen in ripiti