Duits · werkwoord

sich ärgern über

zich ergeren aan, zich boos maken over

wederkerendmet vast voorzetselwerkwoorden · set 30

Voorbeeldzinnen

Ich ärgere mich über den Lärm.
Ik erger me aan het lawaai.
Er ärgerte sich über seinen Fehler.
Hij ergerde zich aan zijn fout.
Wir ärgern uns über die Verspätung.
Wij ergeren ons aan de vertraging.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: sich ärgern über, niet sich ärgern.

Onthoud sich ärgern über voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sich ärgern über in ripiti