Duits · werkwoord

sich verabreden mit

afspreken met

wederkerendmet vast voorzetselwerkwoorden · set 31

Voorbeeldzinnen

Ich verabrede mich mit meiner Freundin.
Ik spreek af met mijn vriendin.
Er verabredete sich mit einem Kollegen.
Hij sprak af met een collega.
Wir verabreden uns mit den Nachbarn.
Wij spreken af met de buren.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: sich verabreden mit, niet sich verabreden.

Onthoud sich verabreden mit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sich verabreden mit in ripiti